Alleenstaande ouderkorting

De alleenstaande ouderkorting is 947 (vanaf de AOW-leeftijd: 490).

U krijgt de alleenstaande ouderkorting als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
* U hebt in 2013 meer dan 6 maandengeen fiscale partner.
* U hebt in die periode een huishouden met alleen 1 of meer kinderen waarvan de jongste is geboren na 31 december 1994.
* U onderhoudt in deze periode minimaal 1 kind dat tot uw huishouding hoorde voor minimaal 408 per kwartaal. Of u krijgt kinderbijslag voor dit kind (of een vergelijkbare buitenlandse uitkering).
* Dit kind staat in deze periode bij de gemeente ingeschreven op uw woonadres.
* Uw kind heeft geen eigen inkomen of vermogen. Heeft uw kind wel eigen inkomen of vermogen? Dan krijgt u de alleenstaandeouderkorting als dit inkomen of vermogen voor het kind onvoldoende is om van te leven.
* Is uw kind geboren na 31 december 1996? Dan nemen wij aan dat u uw kind onderhoudt en dat dit kind geen eigen inkomen of vermogen heeft.

Verhoging alleenstaande ouderkorting

Is het kind dat u onderhoudt, geboren na 31 december 1996? Dan wordt de alleenstaandeouderkorting verhoogd met 4,3% (vanaf de AOW-leeftijd: 2,22%) van uw arbeidsinkomen. De verhoging is maximaal 1.319 (vanaf de AOW-leeftijd: 682).

Heffingskorting bij overlijden

U krijgt de alleenstaande ouderkorting als u meer dan 6 maanden aan alle voorwaarden voor deze heffingskorting hebt voldaan. Voldoet u niet aan de termijn van meer dan 6 maanden omdat uw kind is overleden, maar wel aan de overige voorwaarden? Dan krijgt u toch deze korting.